Inleiding en samenvatting

In deze bijlage rapporteren we over de ontwikkelingen binnen het actieve grondbeleid in de tweede helft van 2016. De gemeente Den Haag heeft per 1-1-2017 portefeuille van 57 operationele grondexploitaties met een looptijd van maximaal 10 jaar. Binnen de projecten hebben elf grondexploitaties kleinschalig opdrachtgeverschap als uitgangspunt.

De volgende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in 2016:

  • Er is voor € 26,8 mln. aan grond uitgegeven. Hierop worden 809 woningen en 15.096 m2 bvo niet-wonen gebouwd. Vanuit de grondbank Vroondaal is aan de GEM Vroondaal 22.936 m2 grond economisch overgedragen.
  • In 2016 zijn als gevolg van bestuurlijke besluiten vijf grondexploitaties gewijzigd en veertien nieuwe grondexploitaties vastgesteld. 25 grondexploitaties zijn afgesloten. De gemeentelijke actieve grondexploitatieportefeuille, uitgedrukt in nog verwachte omzet van kosten en opbrengsten, is in 2016 gestegen met € 97 mln. tot € 615 mln.
  • De financiële ontwikkelingen op lopende grondexploitaties zijn het afgelopen jaar licht positief geweest. De portefeuille is per saldo met € 0,6 mln. verbeterd als gevolg van het actualiseren van lopende grondexploitatie voor opgetreden risico’s en kansen. Hiervan is € 2,3 mln. in de tweede helft van 2016 opgetreden. Dit wordt nader toegelicht bij tabel 4, bij het onderdeel resultaatbestemming.
  • Het afgelopen jaar zijn 66% van de verwachte kosten en 87% van de verwachte opbrengsten is gerealiseerd op de grondexploitaties. Ten opzichte van 2015 is de realisatie van de kosten ongeveer gelijk gebleven maar de opbrengsten circa 25% hoger. Het afgelopen jaar is voor het eerst een reductiefactor toegepast, zo houden we rekening met complexiteit in de uitvoering van grondexploitaties die vaak leidt tot herfasering. We zijn voornemens de reductiefactor het komende jaar te verhogen met als doel om over 2017 minder onderbesteding te rapporteren.
  • De Voorziening Negatieve Plannen - die dient ter afdekking van de tekorten op negatieve grondexploitaties – is in 2016 met € 21,9 mln. naar afgenomen bijgesteld tot € 157,1 mln. Dit is grotendeels het gevolg van de gewijzigde BBV verslaggevingsregels. Op de gemeentelijke balans wordt de voorziening gepresenteerd voor € 36,3 mln. Dit is na balansverkorting waarbij de realisatie op het onderhanden werk wordt gecorrigeerd (deze balanspost bedraagt per 31-12-2016 € 183,4 mln.).
  • De afname van de Voorziening Negatieve plannen wordt grotendeels veroorzaakt door de gewijzigde verslaggevingsregels Besluit Begroten en Verantwoording voor provincies en gemeenten (in het vervolg afgekort tot ‘gewijzigde BBV’) en het afsluiten van een groot aantal (negatieve) grondexploitaties. De portefeuille grondexploitaties is hiervoor met terugwerkende kracht per 1 januari 2016 aangepast overeenkomstig de besluitvorming op 15 december 2016 (RIS 295701) en hierover wordt in deze paragraaf verslag gedaan Met dit besluit is de portefeuille opgeschoond van grondexploitatievreemde elementen. De portefeuille bestaat alleen nog uit Bouwgrond In Exploitaties (BIE). De grondexploitatievreemde elementen zijn onderdeel geworden van het gemeentelijk investeringsprogramma. Op gemeentebreed niveau is er echter sprake van een verplaatsing van middelen en dekking tussen programma’s en deze aanpassing per saldo voor de gemeente (nagenoeg) budgettair neutraal is.
  • De stand van de Reserve Grondbedrijf – de risicobuffer voor grondexploitaties - is in 2016 met € 13,8 mln. toegenomen en bedraagt (na de voorgestelde resultaatsbestemming) per 1 januari 2017 € 61,4 mln. Op de gemeentelijke balans wordt de stand voorafgaand aan de resultaatbestemming gepresenteerd. Deze 31-12-2016 stand bedraagt € 57,1 mln. Dit is met name het gevolg van afsluiten van positieve grondexploitaties (€ 8,7 mln.) en het toevoegen van weerstandsvermogen voor het opvangen van risico’s in nieuwe projecten.

In de volgende onderdelen van deze bijlage worden de ontwikkelingen van het afgelopen jaar nader toegelicht. Eerst wordt ingegaan op de verschillen op portefeuilleniveau. Daarna volgt een toelichting op de realisaties binnen grondexploitaties en tot slot volgt een nadere toelichting op de ontwikkeling van de Reserve Grondbedrijf en de Voorziening Negatieve Plannen.

N.B: Als gevolg van de gewijzigde BBV-regelgeving in 2016 hebben een aantal mutaties plaatsgevonden. Deze zijn terugwerkende kracht per 1-1-2016 verwerkt. Omdat bij het halfjaarbericht deze correctie nog niet had plaatsgevonden, worden de mutaties in deze paragraaf en de bijbehorende verschillenverklaringen gepresenteerd in de periode tussen halfjaarbericht en jaarrekening. Dit zorgt voor een betere vergelijkbaarheid ten opzichte van eerdere P&C producten en geeft meer mogelijkheden de mutaties toe te lichten.